Wat is het?
Mensen ervaren psychologische spanning als hun gedrag, overtuigingen of nieuwe informatie niet met elkaar kloppen. Die spanning – cognitieve dissonantie – drijft mensen ertoe iets te veranderen: hun gedrag, hun overtuiging, of de manier waarop ze nieuwe informatie interpreteren.
Wie bedacht het?
Leon Festinger beschreef het verschijnsel in 1957, na veldonderzoek bij een doomsday-sekte die haar eigen falen moest verklaren nadat de voorspelde ramp uitbleef.
Hoe werkt het?
Dissonantie ontstaat als twee cognitieve elementen botsen: overtuiging versus gedrag, twee overtuigingen onderling, of overtuiging versus nieuwe informatie. De spanning is onprettig en motiveert tot reductie. Mensen kiezen daarvoor de weg van de minste weerstand – en dat is niet altijd de overtuiging aanpassen. Vaak wordt de nieuwe informatie genuanceerd, betwijfeld of genegeerd.
Wanneer gebruik je dit, en hoe?
Gebruik dit model om te begrijpen waarom mensen weerstand bieden aan een boodschap die ze feitelijk niet kunnen weerleggen. Stel dat je als communicatieadviseur nieuws brengt over noodzakelijke bezuinigingen. Medewerkers die al lang loyaal zijn, zullen de informatie niet direct accepteren – ze nuanceren haar, twijfelen aan de bron, of zoeken alternatieve verklaringen. Niet uit onwil, maar als psychologisch zelfbeschermingsmechanisme.
- Verwacht weerstand als je boodschap dissonantie oproept – en plan daarop
- Geef mensen een gezichtsbesparende manier om van mening te veranderen
- Vermijd direct aanvallen op bestaande overtuigingen – ga in gesprek over de spanning
- Gebruik kleine stappen: kleine gedragsveranderingen reduceren dissonantie geleidelijk
Beperking
Het model verklaart weerstand goed, maar voorspelt minder goed wanneer dissonantie leidt tot gedragsverandering versus overtuigingsverandering. Dat verschilt per persoon, context en de sterkte van de bestaande overtuiging.
Gerelateerde modellen
Framing – Elaboration Likelihood Model
Geef een reactie