Wat is het?
Mensen en organisaties geven voortdurend betekenis aan de wereld om hen heen – zeker als die wereld verrassend, ambigue of bedreigend is. Sensemaking beschrijft hoe dat proces verloopt: niet als passief waarnemen, maar als actief construeren van een verhaal dat begrijpelijk en handelbaar maakt wat er gebeurt.
Wie bedacht het?
Karl Weick ontwikkelde de theorie in 1995, met zijn boek Sensemaking in Organizations als de centrale referentie.
Hoe werkt het?
Weick beschrijft zeven eigenschappen van sensemaking: het is gegrond in identiteit, retrospectief (we begrijpen pas achteraf), enactief (we creëren deels zelf de omgeving die we waarnemen), sociaal, continu, gefocust op aanwijzingen (cues), en gedreven door plausibiliteit eerder dan accuraatheid. Die laatste is cruciaal: mensen kiezen niet de meest correcte verklaring, maar de meest geloofwaardige.
Wanneer gebruik je dit, en hoe?
Gebruik sensemaking bij organisatieverandering, crisiscommunicatie of als je merkt dat mensen iets heel anders begrijpen dan je bedoelde. Stel dat een gemeente een reorganisatie doorvoert. Medewerkers construeren hun eigen verhaal op basis van geruchten, lichaamstaal van leidinggevenden en de volgorde van e-mails. Dat verhaal is plausibel voor hen – en sturend voor hun gedrag – ongeacht of het klopt.
- Vul het zingevingsvacuuüm snel: als jij geen verhaal geeft, maken mensen het zelf
- Wees consistent in kleine signalen – gedrag, toon en timing communiceren net zo hard als woorden
- Begrijp dat mensen terugkijken om vooruit te kunnen – geef duiding op wat er al is gebeurd
- Gebruik sensemaking als analysekader na een crisis: wat zagen mensen, wat maakten ze ervan?
Beperking
Sensemaking is beschrijvend en rijk, maar biedt weinig concrete handvatten voor interventie. Het vertelt je wát er gebeurt, maar minder hóe je het kunt beïnvloeden. Combineer het daarom altijd met meer prescriptieve modellen.
Gerelateerde modellen
Framing – Groupthink
Geef een reactie