Wat is het?
Mensen gebruiken media niet passief – ze kiezen actief welke media ze inzetten om in een behoefte te voorzien. De vraag verschuift daarmee van “wat doen media met mensen?” naar “wat doen mensen met media?”.
Wie bedacht het?
Elihu Katz introduceerde het perspectief in 1959. Blumler en Katz werkten het uit in 1974 als tegenwicht voor de toenmalige nadruk op media-effecten.
Hoe werkt het?
Mediagebruik wordt gestuurd door vier basisbehoeften: informatievoorziening, persoonlijke identiteit, sociale integratie en interactie, en entertainment. De gebruiker maakt bewuste of onbewuste keuzes op basis van verwachte voldoening (gratification sought) en vergelijkt die na gebruik met de ervaren voldoening (gratification obtained).
Wanneer gebruik je dit, en hoe?
Gebruik dit model bij kanaalstrategie en contentstrategie. De vraag is niet “welk kanaal heeft het grootste bereik?” maar “welke behoefte wil mijn doelgroep vervullen, en via welk kanaal doet ze dat?”
Stel dat je een interne nieuwsbrief maakt voor ambtenaren over een nieuwe werkwijze. Als je weet dat ze de nieuwsbrief primair gebruiken voor snelle informatie – niet voor verdieping – houd hem dan kort en scanbaar. Verdieping zet je in een apart document dat ze bewust kunnen opzoeken.
- Stel vast welke behoefte jouw doelgroep wil vervullen via dit kanaal
- Stem inhoud, toon en format af op die behoefte
- Toets of de verwachte voldoening ook de ervaren voldoening is – vraag het gewoon
- Gebruik het model ook om te verklaren waarom een kanaal niet aanslaat
Beperking
Het model gaat ervan uit dat mediagebruikers rationeel en bewust kiezen. In de praktijk is veel mediagebruik gewoontegedrag, niet bewuste keuze. Algoritmen en notificaties sturen gedrag bovendien op een manier die het model niet voorzag.
Gerelateerde modellen
Media Richness Theory – Agenda-setting
Geef een reactie